in een droom

voeren wij een goed gesprek
geen prima woordenwisseling,
maar meer diepgaand, filosofisch, kritisch, opbouwend.
Je lippen zijn fantastisch.

We drinken koffie met een flinke laag schuim.
We delen een koekje, en nog één.
Je bent behulpzaam en aandachtig.
Je bent jezelf niet.

In de kamer klinkt een huisorkest:
een viool, een cello, wat ritmisch slagwerk.
Welke cadans verbindt ons in dit leven,
na dit leven? Wat delen wij nog van toen?

De verhalen bleven achter in je kamer,
veilig opgeborgen en gekoesterd
tussen de spijlen van je bed.