Category Archives: tekst

vertrek

ontwaken

uit de dood, onmogelijk
maar nu leek het noodzakelijk.
Een rendez-vous
met drie maal abessijn,
maar nu – wat houd ik ze
in godsnaam voor?

Herken de geur
in het wijken van je sjaal
een waas van rood,
warmrood/bloedrood/
koperrood,
de liefde, de lift, de schrik,
de dood.

En nu,

dat het stil is
realiseren we ons
de veelzijdigheid,
de moed tussen
koppige mannenkoppen.
Verouderde tabak, is ook tabak
en draait om haar as:
op zoek naar de perfecte vorm.

Kus.

voor de man die vertrekt

en na jaren voortgaan
een laatste streep (vaag)
zoetgele vlaai
over de tafel trekt,
en het bleke onderbeen een spoor
van slagroom sleept
langs de gang met laatst
groetende portretten
(enorme hoofden)
in een waas hen ingepakt zien liggen
in rollen, gigantisch, een fantasme,
fantoom, fantasie,
zo pijnlijk en prachtig,
voor elkaar en voor hem, mijn vriend.

Gangen druipen van vellen krakend zwart,
opengesperde monden
en stamelende blikken
(stralend is het blauwe oog)
een blikseminslag, een stip
op onmeetbaar vel
afstanden in een leeg lokaal
dat ons maar aan bleef staren
met (on)bekend verlangen
van zien of staren, van verbeelden
van wat zij allang verdragen
van wat plastic langs de contouren
nog wat tape op het lichaam
dat maar weer te perfect is gebleken.

(Wie zegt dat haar lichaam niet perfect is?)

Ik sluip door het stof
van het gehanteerde materiaal
schraap wat en kras mijn nagels
in je vel, het slijpsel op de grond
vormt de punt van mijn ongewone potloden
minimachines van tijd en daad,
een hond blaft wat in de herinnering
omlijst door het wiegend konijn,
dat op drie uur gelukzalig wiebelt met zijn kont.

 

bezoek

Het landschap raast in Hollandse Meesters voorbij
in heimwee van lege weken en zon,
de maan, het dal onder de bergrug,
zich uitstrekkend langs ledematen
en zuchtend onder het gewicht van zoveel bezoekers.
Ik adem werklust.

op zolder

op een oud matras: draperen
in het stof van het lege atelier,
sleep haar de trap op
met ledematen zwaar en stug
haren in slappe strengen
om het gezicht gevouwen
thinner en zwarte kalk,
vol raven en goud glinsterend
op de keukentafel.
Zwart blakend genot.

deze zomer

je t- shirt doordrenkt van zweet
in het tegenlicht op je lichaam,
ook oud. De zomer is begonnen:
we spelen met taal in gedichten
die wel of niet worden uitgebracht.

(is tekst alleen van waarde
wanneer velen haar lezen?
Ben ik alleen van waarde als ik
veel van je lees?)

De hemel weerspiegelt schapenwolken
in water. Een schouwspel van
drijvende vormen. Een ekster
aast op de sleutel van de poort.
Klink – liefdevolle woorden gedeeld
en vriendschap beklonken
in de polder

hallucineert een hoofd.
Het ziet voortdurend
hoe ver zij van elkaar af staan
en elkaar verdrijven met de liefde
voor een ander.
Een bekende,
een vreemde,
wat doet het er toe.

barrage

Een dichter stuurt zijn gedicht
het heden in. De tijd onverwringbaar,
vol mededogen,
vol wrok, zelfs

vervlogen jaren
met gebrek aan eetlust en een
onvermogen bereden te worden
ook dat,
wenst geen mens,
geen dier geen dier.

hoofdkermis

Het hart bonst in de keel
zweet sijpelt van borsten
naar buik dwarrelt het
dons verstramt de kaken

terwijl in het hoofd
verhalen bonken:

een wandeltocht met vader
over een kermis
(alsof we dat graag deden).

We maakten ruzie, ik als Furie
wonend tussen de wraakgeesten
mijn woede ongetemd
in rode wangen en briesende adem
(waarover weet geen mens).

We vervolgden de Bozen
en we vielen

oneindig.

later

Het vlinderhuis staat leeg,
het hout lost op in de aarde.
Onze witte gordijnen blijven gesloten,
de tuin beladen.

(in opdracht van Kim Leeuw,
voorstelling Dichter bij mij)

naalden

De zware weg van verleden naar heden:
ik wéét bij welke boom
de naalden blijven vallen
in welke straat onze namen
gevangen liggen in de tegels.

En met elke stap,
met elke herinnering,
komen jullie dichter bij mij.

(in opdracht van Kim Leeuw,
voorstelling Dichter bij mij)

nicotinemist

Hoe je vingers de rook omarmen
zo zag ik je, zo zie ik je al jaren.
Zacht vlees van je handen, je pols, je draaiing
botte nagels, spelende vingers, klikkend geluid.

De rimpels op je knokkels, roze, vel, schuren, glijden, wrijven.
Inhaleren, ademen, door je neus, door je mond,
je keel, je vult je longen, teer, traag, tergend, je geniet.

De rook vertelt ons verhalen in de deze damp
van nicotinemist.

(in opdracht van Kim Leeuw,
voorstelling Dichter bij mij)

buiten

Uit de schoorsteen van de buren
lost de rook op in de lucht:
damp verdwijnt –
mijn woorden zijn niets.

Fietsers verschijnen af en aan
door dit bevuilde raam,
voor mij zijn ze altijd buiten.

Vrijdagmiddag stipt 14 uur,
het afval wordt weer weggehaald
trekt zijn spoor over het pad.

Voel de kilte van mijn huis
de stilte in de gang.
Door dit venster
beschouw ik mezelf.

(in opdracht van Kim Leeuw,
voorstelling Dichter bij mij)

adem

Je huid die de jaren omarmt,

in, uit, in, uit.

Ik denk aan alle keren
dat je me verleidde –
moeiteloos.

Een vreemde in mijn eigen huis,
jij onfeilbare!

In, uit, in, uit.

Stilte.

(in opdracht van Kim Leeuw,
voorstelling Dichter bij mij)

liever

Of ik met je wil praten, vraag je.
Liever niet.
Liever,
leef ik langs je, lief.
Lig ik langs je,
voel ik de warmte van je slapend lichaam
dat naast me ligt

zwijgend.

(in opdracht van Kim Leeuw,
voorstelling Dichter bij mij)

halve maan

luister nog zo’n liedje van voorheen
van zoals ik je ken
onder de halve maan
deze zachtblauwe troost

in de warmte van je grauwe kamer
gekleurde deken
dit leven

kus

(in opdracht van Kim Leeuw,
voorstelling Dichter bij mij)

hallucineren

Hallucineren op klaarlichte dag van de arbeid is het feest in die rok van tule/organza/feria. Meisjes jullie lopen te breed over het pad, blonde pokdalige benen op nimmer hoge espadrilles dan die van de vaste inwoonster. Sierlijke  jurken lange wapperharen onderdanige mannen dansen voor de ogen – in de verte klink gezamenlijk gezang.
Het schalt door de straten, verder en dieper door de aderen van deze verwarmde stad.

De stad wordt overgenomen door bejaarde vissers hoedjes, plotseling: houden van dat accent, moet een mens. Ik zit op een rieten stoel, al dagenlang. De hitte trilt langs wat haartjes, die kleine blonde, beide armen. Ik ruik mijn zonnebrand vermengd in de verte met cocos koffie melk kaneel citroen op mijn broek, kort, rechts. Alweer mislukt.
Denk aan hoe het bed gedeeld zal worden met anderen, de lusten botgevierd op de lasten van een vreemde. Haar schouders, zijn neus ophalen in de nacht.

Meisjes met strikjes in de haren, identiek aan het zusje, perfecte kopie van moeder.
Jongens met opgetrokken kniekousen, ongeacht temperatuur.

blank

Soms schrik ik – te midden van uren lezen – op,
iets dat mijn aandacht roept, wat gaat daar nog schuil?

Kijk naar rechts, zie telkens weer een jong gezin met moeder,
haar tas oogt als twee blanke billen, ietwat gebruind door de zon.

Langzaam gaan de billen verder, reist de lucht met me mee,
in Deckwitz en Blondeau.

(Kan dat kind nu stil zijn, alstublieft?)

luchtdromen

De mussen pikken het suiker van de plastic tafel. Brutaal komen ze dichterbij: echt dapper zijn ze niet. Verzengende hitte op de vroege ochtend, met paraderende schoonmakers, bussen, verkopers, schaars geklede dames, zwervers en nog meer mussen. Eentje fladdert tot ooghoogte: goedemorgen buurvrouw. Maakt u zich zorgen? Dat is niet nodig. Hij zal veilig zijn, opstijgen en dromen in de lucht.

jong

Een jongetje rent over het plein, onbevangen zijn is dat. Te vlug voor zijn zusje, te slim wellicht. Zo klein en toch zo scherp de herinnering aan vroeger in mijn hart in mijn lichaam. Schreeuwende vader, jong, Amerikaans, diepzwart haar, blauw vest. This is a city!
Onbevangen ben je maar thuis niet in een volwassen stad vol gevaren vol volwassenen met slechte gewoonten en gedachten die je je later eigen zult maken. Maar nu, pak mijn hand blijf bij mij en ik maak je klein.

vlagen

Zie haar vlagen en het denken verstompt – afgeleid door je fysiek in het park in een bries in de namiddag waas van gesprekken langs je tafel – je trilt. 1,2,3 en als ik kon dan zou ook ik wellicht je willen beklimmen draden spinnend over je lichaam je gezicht, iets groter dan gemiddeld de ronding van je ogen, je oogkassen blauwe vloed donkere rand, je vervoeren naar de oceaan en drijven – zo stil mogelijk.