Category Archives: tekst

januari

Slangen die zich tussen je benen scheren
en niet jou maar zichzelf bijten
zoals in dit bestaan het leven
circuleert op de rand van de dood.

Dit alles vertel je me
vlak voor de ochtend ontwaakt
in symbolen waaraan ik me onttrek.

De vrouw die het destijds voorlas
deed je sidderen. Ze sprak van begeerte,
ongewenst en hoe een bekende haar nam,
stiekem boven in de badkamer terwijl
mevrouw aan het keukenblad stond.

Vermoedelijk met schort inclusief
bloemenprint en ongelijke nagels
(vormt dat niet bij uitstek het toonbeeld
van de vrouw in al haar onverzorgdheid?)
starend uit het raam terwijl het gezang
van diverse vogels de tuin in lichtheid hult.

Of dit realiteit of verbeelding was
blijft onuitgesproken.

28,32

Hoeveel tijd nog
om je beeltenis te evenaren
de maan stil te zetten
in haar as om deze aarde?

Een gebonden rotatie
van 28,32 / 27,38 dagen,
haast is geboden.

Ja ik wil je vangen
je vereeuwigen in grafiet
dat alsmaar vervaagd
en hergebruikt wordt.

Zie mezelf zitten van een afstand
draai de stoel in gebaren die ik verlies
en grijp nu maar om me heen
naar wat hier nog ligt,

pennen/ takken/ haren,
Oude vissen/ gebroken scharen,
restanten afgekloven nagels
en de zweem van een bij:

haar stem is ongekend
en houd me bij het doek
bij het vak bij dat hoofd
en een hart op volle toer.

stapelen

Op mijn bureau staren stapels
ongelezen boeken me aan:
de een weldadig, de ander ongerust.

Zijn dat mijn handen die blijven ontwijken?

Deze scheefgroei, deze waterval aan klankkleur,
poëzie van tuimelende lettergrepen en schrale kaften
(de blauwe blijft favoriet).

In een windlicht
de reflectie van zacht kaarsvet, vergeeld.

winter

Als dit de bron is van alles
dan wil ik zijn wat er is

als oude liefde opgestroopt
langs je mouw of been
het beeld van een moeder:
hoe ze werkelijk was
was wat je zocht.

Het glas flikkert
een in tranen verlichte
reis langs Hollands brak
land bevroren vlakten
en glinsterend, vlijmscherp gras.

Warme adem danst
vooruit in de lucht
zie daar:
een vreemde glimlacht
naar de wereld .

alles

Het reliëf op de muur
vormt patronen van schaduw
en ik voel:

ik ben niks, en alles
tegelijk.

Een denkbeeldig koor dat gunstig stemt:
vandaag lijkt een mooie dag om een Godsdienst
te beginnen of te beëindigen,
gedachten te rangschikken maar vooral los te laten

en ik weet:

ik ben niks, en alles
tegelijk.

Het doet er niet toe of ik je hoor of zie
jij weet dat ik het weet.

zomer

 

De golven werpen onuitputtelijk
kleine druppels water
over lange tenen.

Massa’s roze luchtbedden on air
boven rondbuikige mannen
gekleed in strohoed.

Bekakte Britten met te blanke huid
voor deze contreien
dragen felgekleurde bikini’s
(geel notabene).

Ieder kakelt maar wat.

Later,
in stilte met de krekels achter je:
de Zuidelijke rotsen.

tij

licht wringt zich door de kieren
van een houten vloer en je weet
dat het tij zal keren, soms.

Deze golven zijn niet van haar
maar slaan barsten in de grond,
in de natte aarde.

Dit is zilt –
dat ik niet verdragen kan.

De wind waait nog wat.
Ik keer om.

vandaag

Mag ik je nog vertellen vandaag
(voordat je gaat en wij anders zijn dan dit)

hoe het licht ons verleidt
tot een spel van geest en tijd
draden spinnend op afstand

tussen ons
wandelen, spreken, vrijen?

in een droom

voeren wij een goed gesprek
geen prima woordenwisseling,
maar meer diepgaand, filosofisch, kritisch, opbouwend.
Je lippen zijn fantastisch.

We drinken koffie met een flinke laag schuim.
We delen een koekje, en nog één.
Je bent behulpzaam en aandachtig.
Je bent jezelf niet.

In de kamer klinkt een huisorkest:
een viool, een cello, wat ritmisch slagwerk.
Welke cadans verbindt ons in dit leven,
na dit leven? Wat delen wij nog van toen?

De verhalen bleven achter in je kamer,
veilig opgeborgen en gekoesterd
tussen de spijlen van je bed.

deze zomer

zal je t- shirt doordrenkt van zweet
in het tegenlicht op je lichaam,
ook oud zijn. De zomer is begonnen:
we spelen met taal in gedichten
die wel of niet worden uitgebracht.

(is tekst alleen van waarde
wanneer velen haar lezen?
Ben ik alleen van waarde als ik
veel van je lees?)

Weerspiegeling van schapenwolken
in water. Een schouwspel van
drijvende vormen. Een ekster
aast op de sleutel van de poort.
Klink – liefdevolle woorden gedeeld
en vriendschap beklonken.
In de polder

hallucineert een hoofd.
Het ziet voortdurend
hoe ver zij van elkaar af staan
en elkaar verdrijven met de liefde
voor een ander.
Een bekende,
een vreemde,
wat doet het er toe.

(2015)

zuiver

Jij was
de zuiverste van deze aarde:
vol liefde,
met oprecht geduld,
voor de onzin uit mijn mond.

Je streelde jaren mijn haren –
alsof het niets was.

In de nacht wieg ik mijn trage lichaam
dat de slaap niet vatten kan
tel hemellichamen in sterrenstelsels
besluit je ziel verder te laten gaan.

Zou je mij nog kennen als ik je tegen kwam?

Regelmatig denk ik nog
aan het zware vlees van je bovenarmen
waar ik vaker zacht in kneep
en aan hoe de wereld om je heen
steeds sneller voor je ging.

de stad

een dans van regen voor het venster
dat gedeeld met de wereld
ons een andere blik toe werpt en

waar binnen de wind langs baarden waait
klinkt een onzekere jongensband
in een onbekende kamer

zou de stad opnieuw beproefd moeten worden?

de klok slaat tijd voor een reis naar de maan
voor oude kaas een bacchanaal aan vooral veel
met de klankkleur van je naam en de geur
van de was die sinds jaren is gedaan

rode maan

In een droom draagt haar arm
zaad in de elleboog van de voorbijganger
vastgeklemd op een bagagedrager
te midden van hedendaagse kunst
met acacia’s en rododendrons
eikels en beukennootjes
onder de knarsende zool
van de vorige buurman
(nieuwe schoenen wellicht).

ontwaken

De deken rolt
over een leegte:
het restant van je slapend lichaam,
dat vlak voor het ontwaken
door warme dromen
gedragen werd

[in deze stilte]

twijfelt ochtendlicht
tussen de gordijnen
en streelt je gelaat.

Je staat op,
zet een pot kruidenthee.

spel

Ik geloof niet
dat ik zou weten
hoe te moeten leven
zonder jou.

Kun je me een briefje schrijven,
een hint, een gedachte, of een spel
dat het liefst, minimaal levenslang duurt.

Ik zal je dankbaar zijn.

voor nu

kan ik me niks mooier bedenken
dan hoe je je beweegt,
hoe je traag je kopje naar de lippen brengt,
zacht en rond, bedreven en bedachtzaam,
terwijl de krant getrouw voor je uitgespreid
op tafel ligt, je vingers tasten langs de letters.

Je leest en glijdt met je blik langs het vale papier
zo langs het venster, de ochtendzon in.
Lange schaduwen uit het bos
waarvan elke route, elke steen, het kolkend
water van de beek, bekend is.

Ik zie de zachte hartslag in haar hals
en verstop me in de ruimte van haar geurige koffie.

in de verte

Zoals je daar nu naast haar staat:
zo is het goed. Deze dagen vullen
geen liefde in je vezels, je kunt ze
kopen, oprichten, versieren met
alles dat je verzint. Maar goed,
is het zo.

In de verte een verbond: dat is
wat rest en blijft.

ik wil

een stad voor mijn verjaardag
van mensen en andere dierbaren
die sinds jaren vergeten zijn,
van wijn een bacchanaal aan voedsel
en feest in je tenen tot de kruin
en de benen van de vrouw
die je niet kent, een ongekende
schoonheid en ritmiek van de
opgedane muziek in mijn oren,
die gesloten blijven voor dat
wat men naargeestig probeert
te verklaren met blauwe nagellak
en aubergine bloemen,
in omgeknakte stelen
en delen van de liefde
van het leven, dat onvermoeibaar
door gaat. Het zou zijn zoals
de lente en met me spelen in
meisjes van stippen, aardbeien
pudding met getuite lippen,
geprakte bananen voor de kinderen
of  de verworven vrijheid van dit bestaan.

Reis, drink, dans,
blijf,
vier met me mee dat we leven,
al was het in gedachten,
in het heden.

Het bestaan is; verlangen,
terugkijken en uitleggen.

(n.a.v. Eva Cox)